|
NICOLA Voorbereiding pootgoed Het pootgoed dient bij voorkeur tot zo’n 2-3 weken voor het poten bewaard te worden in een mechanisch gekoelde bewaarplaats bij 3-4 graden. Circa 2-3 weken voor het poten dient het pootgoed zeer licht te worden voorgekiemd (ogen net los) door middel van een warmtestoot. Overmatig voorkiemen en omstorten wordt afgeraden. Koud poten rechtstreeks uit de mechanisch gekoelde bewaarplaats wordt eveneens afgeraden. Alleen topspruiten mogen worden verwijderd. Poten Teneinde een regelmatige opkomst te verkrijgen is een goede bodemstructuur en een voldoende hoge bodemtemperatuur van groot belang. Poot daarom niet vroeger dan Bintje. De pootdiepte kan gelijk gehouden worden aan Bintje. De optimale pootgoedhoeveelheid per hectare hangt af van de maatsortering, en is voor de consumptieteelt als volgt: Maat 35/45mm plantafstand ca. 26 cm (ca. 2.600 kg/ha) De opkomst van Nicola is in vergelijking tot Bintje iets trager en soms iets onregelmatiger. Gewasbescherming en bemesting Voor opkomst kan er met een bodemherbicide worden gespoten tegen onkruid. Nicola is niet gevoelig voor herbiciden, waardoor de richtlijnen van de desbetreffende fabrikant kunnen worden aangehouden. Afgeraden wordt om een bespuiting uit te voeren met Sencor over het gewas. Voor stikstof kan gelijk tot 10 % minder dan Bintje worden gegeven, bij kali en fosfaatbemesting kan eenzelfde gift worden aangehouden als voor Bintje. Nicola is vrij gevoelig voor Phytophtora infectie in het loof (minder gevoelig dan Bintje). Wat betreft knolinfectie is Nicola duidelijk minder gevoelig dan Bintje. Nicola vormt verder weinig tot vrijwel geen bessen, is hoog resistent tegen Am Ro1 en Ro4 (A) en onvatbaar voor wratziekte fysio 1. Bij percelen die gevoelig zijn voor kringerigheid wordt de teelt van Nicola afgeraden. Oogst en bewaring Aangezien Nicola uitsluitend als tafelaardappel op de markt wordt gebracht, dient er gestreefd te worden naar een maximale opbrengst in de maat 40/65. Start daarom tijdig (vanaf half augustus) met proefrooien en bepaal aan de hand hiervan het optimale tijdstip voor loofdoding. Er dient gestreefd te worden naar een onderwatergewicht van minimaal 360 gram. Om schilbeschadiging te voorkomen dient het product goed afgehard te zijn tijdens het rooien. Houd daartoe een periode van minimaal 2-3 weken aan tussen loofdoding en rooien. De optimale temperatuur tijdens de wondhelingsperiode in de bewaring is ca. 14 graden. Daarna dient de temperatuur geleidelijk aan teruggebracht te worden naar ca. 5 graden. Nicola is tijdens de bewaring redelijk kiemlustig, waardoor het gebruik van kiemremmingsmiddelen (CIPC-IPC) op hetzelfde niveau en met dezelfde regelmaat kan worden toegediend als bij Bintje. Geadviseerd wordt uitsluitend met gasvormige middelen te werken (CIPC) aangezien zowel vloeibare als poedervormige kiemremmingsmiddelen toegediend tijdens het inschuren poederbrand kunnen veroorzaken. Geadviseerd wordt om de eerste keer met gassen maximaal 15cc toe te dienen en daarna voor de tweede keer sneller te gaan gassen. |