MARITIEMA

Het pootgoed dient bij voorkeur tot zo’n 1-2 weken voor het poten bewaard te worden in een mechanisch gekoelde bewaarplaats bij 3-4 graden. Circa 1-2 weken voor het poten dient het pootgoed zeer licht te worden voorgekiemd (ogen net los) door middel van een warmtestoot. Overmatig voorkiemen en omstorten wordt afgeraden teneinde een onregelmatige opkomst te vermijden. Alleen topspruiten mogen worden verwijderd.

Poten

Teneinde een regelmatige opkomst te verkrijgen is een goede bodemstructuur en een voldoende hoge bodemtemperatuur van groot belang. De pootdiepte kan gelijk gehouden worden aan Bintje. De optimale pootgoedhoeveelheid per hectare hangt af van de maatsortering, en is voor de consumptieteelt als volgt:

Maat 35/50 plantafstand ca. 33-35 cm (ca. 2.100 kg/ha)

De opkomst van Maritiema is in vergelijking tot Bintje iets trager en soms iets onregelmatiger.

Gewasbescherming en bemesting

Voor opkomst kan er met een bodemherbicide worden gespoten tegen onkruid, waarbij de richtlijnen van de desbetreffende fabrikant kunnen worden aangehouden. Voor stikstofbemesting wordt een gift aanbevolen van +30 kg N zuiver ten opzichte van Bintje. Ten aanzien van de kalibemesting zal allereerst gestreefd moeten worden naar een K-getal van minimaal 22. Mocht het K-getal lager liggen dan wordt geadviseerd een reparatiebemesting uit te voeren in het najaar. Vervolgens wordt in het voorjaar een chloorhoudende Kali gift geadviseerd van 150 kg (zware grond) – 180 kg (lichte grond) zuiver of, en zeker zo doeltreffend, een overbemesting gift met een combinatie van Nitraat en Kali (bijv. 400 kg Multi KMg 13-0-26). Maritiema vraagt dus een ruime kalibemesting! Maritiema is vrij gevoelig voor Phytophtora infectie in het loof ( iets gevoeliger dan Bintje). Wat betreft knolinfectie is Maritiema duidelijk minder gevoelig dan Bintje. Maritiema vormt geen bessen, is hoog resistent tegen Am Ro1 en Ro4 (A), resistent tegen Am Pa2 (D) en vatbaar voor wratziekte fysio 1 & 2.

Oogst en bewaring

Vanwege een dunne schil en een hoge celspanning is Maritiema iets gevoeliger voor onderhuidse rooibeschadiging dan Bintje. Het product dient daarom goed afgehard te zijn tijdens het rooien. De optimale temperatuur tijdens de wondhelingsperiode in de bewaring is ca. 14 graden. Daarna dient de temperatuur geleidelijk aan teruggebracht te worden naar ca. 7 graden (in het bijzonder wanneer het product afgeleverd wordt voor verwerking tot frites, om een goede bakkleur te behouden). Maritiema bewaart goed en is tijdens de bewaring weinig kiemlustig, zodoende kan het gebruik van kiemremmingsmiddelen (CIPC-IPC) iets krapper worden gehouden dan bij Bintje. Echter wel met dezelfde regelmaat toedienen als bij Bintje. Geadviseerd wordt uitsluitend met gasvormige middelen te werken (CIPC) aangezien zowel vloeibare als poedervormige kiemremmingsmiddelen toegediend tijdens het inschuren poederbrand kunnen veroorzaken.

  Ga terug